Een taal leren in maar 3 maanden én op hoog niveau

Een nieuwe taal leren in 3 maanden, naast een druk leven, is prima mogelijk. Je moet het dan alleen wel slim aanpakken.

Als je consistent focust op die zaken die maximale impact hebben dan kunnen snelle resultaten niet uitblijven. Of je nou Engels, Spaans, Duits of Frans wilt leren, de manier blijft hetzelfde.

Om tot deze maximale impact te komen is het tijd voor de introductie van het 80/20-principe, wat als basis dient voor alles dat we doen om snel een nieuwe taal te kunnen leren:

Het 80/20-principe

Pareto principe 80/20

Het 80/20-principe, ook wel het Pareto-principe genoemd, zegt dat 80% van de resultaten voortkomt uit maar 20% van onze acties, materiaal of inspanning.

Bij talen leren geldt dit principe ook; een klein deel van onze acties zorgt voor het overgrote deel van het resultaat. En andersom; het overgrote deel van wat we (kunnen) doen heeft weinig effect.

Het centrale idee is nu om eerst volledig te focussen op de 20% van de acties die 80% van de resultaten geeft.

We gaan dus minder doen, en toch meer resultaten bereiken. We gaan niet minder doen uit luiheid, maar om resultaten te maximaliseren; een paar belangrijke zaken écht goed doen is bij het leren van een nieuwe taal veel effectiever dan veel zaken half doen.

80/20 analyse toegepast op talen leren

Een taal leren kan onderscheiden worden in 3 aspecten, en op alle 3 aspecten kan een 80/20-analyse toegepast worden:

  1. Wat moet ik leren? (Het juiste materiaal) Een bijzonder klein aantal woorden, zinnen en grammatica is al genoeg om een taal op gemiddeld niveau te spreken. Als je op de juiste manier doorgaat kun je snel een niveau voor gevorderden bereiken.
  2. Hoe krijg ik het in mijn hoofd? (De juiste leertechnieken) Met een aantal simpele geheugentechnieken en geoptimaliseerde leerschema’s kun je veel meer onthouden, én in minder tijd.
  3. Hoe krijg ik het vervolgens uit mijn mond? (De toepassing) Met gerichte oefening kan je de opgedane kennis veel sneller toepassen en veel frustraties voorkomen.

taal leren snelIn alle 3 aspecten kan gigantische tijdswinst behaald worden.

Dit artikel is bedoeld om een overzicht te geven; de genoemde trucs, technieken en methodes worden uitgebreider besproken in afzonderlijke artikelen (zie de links in de tekst).

1. Het juiste materiaal

taal leren materiaalHoeveel woorden heb je nodig om een taal goed te spreken?

Stel je voor dat je alle verschillende woorden in teksten en gesprekken opschrijft en turft hoe vaak ieder woord gebruikt wordt. Vervolgens orden je de woorden op frequentie, dus je begint met het woord dat het meest voorkomt en gaat zo verder.

Als je nu de frequentie van deze woorden analyseert dan valt meteen op hoe vaak de meest-gebruikte woorden voorkomen:

  • De 10 meest-gebruikte woorden zijn goed voor bijna 25% van alle gebruikte woorden
  • De 100 meest-gebruikte woorden zijn goed voor bijna 50% van alle gebruikte woorden
  • De 1000 meest-gebruikte woorden zijn goed voor bijna 70% van alle gebruikte woorden
  • De 2000 meest-gebruikte woorden zijn goed voor bijna 80% van alle gebruikte woorden

De exacte percentages verschillen natuurlijk per taal, maar het patroon is elke keer hetzelfde (de percentages hierboven gelden voor Engels).

Het mooie is dat er boeken bestaan die deze meest-gebruikte woorden geven. Voor de meeste populairdere talen bestaan er frequentiewoordenboeken, een absoluut onmisbare informatiebron voor wie snel een taal wil leren.

Een simpele maar bijzonder doeltreffende strategie is nu om een frequentiewoordenboek te nemen en te beginnen met de meest-gebruikte woorden.

Met behulp van geheugentechnieken kun je gemakkelijk 50 nieuwe woorden per dag leren (en ook daadwerkelijk onthouden). Je zou dus al na 2 maanden op 80% begrip kunnen zitten. Eigenlijk is het percentage iets hoger; de 80% slaat alleen op de woorden die je kent. Een groot aantal woorden die je nog niet kent kun je uit de context opmaken met behulp van de woorden die je wel kent.

Meer over woordfrequenties en statistieken

Grammatica

Het 80/20-principe dat geldt voor woorden geldt ook voor werkwoorden en grammatica. Er is maar een heel klein aantal werkwoorden (bijvoorbeeld hebben, zijn, doen) dat heel vaak gebruikt wordt. Als je de top-50 werkwoorden vloeiend kunt vervoegen dan zul je geen problemen hebben met de overige werkwoorden.

De basisgrammatica van een taal kan gevangen worden in een klein aantal voorbeeldzinnen. Voorbeeldzinnen zijn bijvoorbeeld “ik gaf hem het boek” en “hij is beter dan ik”. Aan dit soort zinnen zie je meteen hoe zinnen zijn opgebouwd, wat er met het lijdend voorwerp gebeurt, hoe er vergelijkingen worden gemaakt etc.

Deze voorbeeldzinnen uit het hoofd kennen en vervolgens simpelweg woorden substitueren zorgt al voor een gigantische sprong in vaardigheid. Ook kun je de voorbeeldzinnen combineren om tot nieuwe zinnen te komen.

Meer artikelen over werkwoorden, grammatica en voorbeeldzinnen

Boeken, software en apps

Er is heel veel materiaal beschikbaar, zowel duur als goedkoop. In de afgelopen jaren heb ik een heleboel materialen uitgeprobeerd, en het meeste materiaal is niet heel erg effectief; te veel nadruk op grammatica en veel te veel niet-relevante woorden en zinnen.

Meer over de juiste materialen

2. De juiste leertechnieken

taal leren techniekHet juiste materiaal bestuderen hoeft niet veel tijd te kosten als je de juiste leertechnieken toepast. De leertechnieken kunnen ruwweg onderscheiden worden in tweeën: ‘slimmer’ studeren en geheugentechnieken.

Slimmer studeren

Slimmer studeren bestaat in dit geval vooral uit slim herhalen van de opgedane kennis en op de juiste momenten in de dag studeren.

Gespreid herhalen – op de juiste momenten herhalen

Herhalen is zo’n beetje het allerbelangrijkste bij studeren. Na iedere herhaling onthoud je het geleerde woord langer dan de keer ervoor. Je kunt iedere dag alle woorden die je tot nog toe geleerd hebt herhalen, maar na verloop van tijd is dit niet meer te doen. De lijst met woorden is te lang geworden.

Je hebt herhalen en je hebt ‘slim’ herhalen. Bij slim herhalen gaat het erom dat je ieder woord herhaalt op het juiste moment. Het juiste moment is dat moment waarop je het woord dreigt te vergeten, maar vaak nog net weet. Na de herhaling weet je dit woord voor een langere tijd dan daarvoor. Ieder woord heeft zijn eigen, unieke vergeetcurve. Als je nu consequent ieder woord herhaalt op precies het juiste moment dan kun je met veel minder herhalingen hetzelfde resultaat bereiken.

Efficiënt studeren – korter studeren voor meer resultaat

Studeren in langere sessies is weinig effectief. Je hersens kunnen zich relatief kort op één taak focussen (maximaal zo’n 20 minuten). 3 keer 20 minuten studeren is daarom veel effectiever dan 1 keer een uur, maar het is dezelfde hoeveelheid tijd. 20 minuten studeren is ook nog eens laagdrempeliger, waardoor je het vaker doet.

Maar je kunt ook nog korter studeren; de dag zit vol met korte momenten waarin je prima een paar woordjes zou kunnen leren (bijvoorbeeld terwijl je ergens op wacht). Deze ‘verborgen’ momenten zijn opgeteld nog best een flink aantal minuten.

Meer artikelen over efficiënt studeren

Geheugentechnieken – langer onthouden

Je hersens zijn namelijk van nature getraind in het onthouden van oorzaak-gevolg verhaaltjes. Dit kunnen we inzetten bij het leren van grote hoeveelheden nieuwe woorden.

Ieder woord heeft zijn eigen vergeetcurve. Deze vergeetcurve kun je verder verlengen door een belachelijk eenvoudige geheugentechniek: beeldenassociatie (‘image association’). Wat je bij deze techniek doet is het koppelen van een zelfbedacht verhaaltje bij de klanken en de betekenis van het te leren nieuwe woord. Hoe absurder het verhaal hoe krachtiger de associatie, en daarmee hoe beter en langer je het onthoudt. Met deze techniek kun je makkelijk 50 nieuwe woorden per dag leren, en voor lange tijd onthouden.

Als je nu de top-2000 woorden leert en je past hierop de beeldenassociatie-techniek en slim herhalen toe dan kun je in korte tijd je woordenschat en begrip van de taal gigantisch vergroten.

Meer artikelen over geheugentechnieken

3. De toepassing

taal leren sprekenVeel kennis hebben maar deze niet kunnen toepassen is als het hebben van veel geld maar geen tijd om het uit te geven: zonde.

Toch is dit wel de manier waarop we op school een taal leren: te veel grammatica en veel te weinig toepassing.

Om een taal vloeiend te spreken moet je veel oefenen met echte personen, liefst native speakers. Praten met native speakers heeft als voordeel dat je meteen het goede accent aanleert en dat je je niet hoeft af te vragen of alles wat de ander zegt wel correct is. Het taalgebruik van een native speaker is ook veel ‘natuurlijker’ dan je ooit uit een boek of van een andere student kunt leren.

Het beste is om al in een vroeg stadium te beginnen met spreken, zelfs als je zelf denkt dat je nog niet ‘klaar’ bent. Met wat gerichte voorbereiding kun je een extreem steile leercurve hebben. Ook kun je een native speaker vooraf instrueren waar hij op moet letten (bijvoorbeeld accent) en hoe diegene je moet corrigeren.

Grammatica geïsoleerd leren aan de hand van rijtjes en schema’s is funest voor je vaardigheid in het toepassen: wie in rijtjes geleerd heeft gaat ook in rijtjes denken tijdens het praten. Met een klein aantal goedgekozen standaardzinnen kun je gesprekken vloeiend laten verlopen. Als je deze standaardzinnen goed uit je hoofd kent dan is praten daarna een kwestie van veel substitueren.

De komende tijd zal ik nog meer artikelen schrijven en links toevoegen. Ken je iemand die een nieuwe taal wilt leren en hier wat aan heeft? Vertel het dan vooral door.

Reacties

  1. Dagmar says:

    Wat een handig artikel, ik ga deze tips zeker toepassen. Bedankt!

  2. Zelf merk ik dat kort studeren en regelmatig (liefst dagelijks) herhalen het beste werkte. Zelf heb ik een tijdje in Malta gewoond en ik merkte dat mijn Engels op een gemiddeld niveau lag. Naar mate ik het dagelijks moest spreken, en zelfs in het Engels begon te denken, zijn mijn Engelse vaardigheden enorm verbeterd.

  3. Taaltraining says:

    Mooi artikel, waarin de juiste aanbevelingen worden gegeven omtrent het aanleren van een nieuwe taal. Kijk graag uit naar de komende artikelen.

  4. RoanVDW says:

    Prachtig artikel. Ik zal het laten lezen door mijn studenten!
    Ik ben namelijk docent Nederlands te Brussel, en dat al sinds ik 6 jaar geleden uit Utrecht ben vertrokken. Ik heb bijna uitsluitend Franstalige studenten die het Nederlands nodig hebben voor hun werk. (Ik werk voor de https://www.cercle-du-neerlandais.be )
    De aanbevelingen in dit artikel zijn zeer correct. Vooral het derde punt laat wel eens te wensen over. Mijn studenten denken vaak dat het lezen stopt op het einde van de les Nederlands. Ik probeer hen te overtuigen de taal zoveel mogelijk toe te passen. Wie dat doet, heeft véél betere resultaten dan de anderen.

  5. Samet says:

    Ik onthou woorden door een ander woord ervoor te gebruiien. Dus toen ik niet wist wat disculpe was ging ik een nederlandse woord ervoor gebruiken : discotheek. Nu denk ik discotheek en vervolgens komt disculpe tevoorschijn in mijn geheugen.

Praat gezellig mee!

*