Woordjes leren als een Pro: mijn associaties bij 10 veelgebruikte Spaanse woorden

In het artikel over woordjes leren met behulp van mnemotechniek heb ik een uitdaging gegeven om 10 veelgebruikte Spaanse woorden te leren en te kijken hoeveel je er na een week nog weet. Minimaal 8 van de 10 moet zeker lukken, maar ik verwacht eigenlijk 10 van de 10.

Het allerbeste is om zelf de associaties te bedenken, maar voor wie even wil spieken heb ik hier mijn 10 associaties opgeschreven.

De lijst Spaanse woorden

  1. zonder = sin
  2. de keer/de tijd = la vez
  3. (een) beetje = poco
  4. iedere/elke = cada
  5. weten = saber
  6. kunnen = poder
  7. zeer (als in zeer goed, zeer interessant)= muy (spreek uit: moei)
  8. al = ya
  9. alle/alles = todo
  10. want/omdat = porque (spreek uit: porkèh)

Mijn associaties

  1.  Bij zonder denk ik aan ‘patat zonder’. Stel je een bakje patat voor met een leeg vakje waar de saus in zou moeten. Een vriend van je probeert je wijs te maken dat ze in Spanje ‘patatjes sinaasappel’ eten, waarbij ze sinaasappelsap in het vakje voor de saus doen. De vriend gooit daarop wat sinaasappelsap in jouw lege bakje van je patat zonder.
  2. Stel een meisje uit je omgeving (dochter, nichtje, buurmeisje) voor dat na een spelletje zegt: “nog een keer, nog een keer!” Het meisje doet elke keer nadat ze dit zegt een nieuw vest aan, net zolang tot ze haar zin krijgt. Nadat ze 5 vesten over elkaar heeft aangetrokken geef je haar toch maar haar zin.
  3. Stel je een beroemde tv-kok voor die overal een beetje zand overheen gooit. Hij zegt: “Ik gooi overal een beetje zand overheen. Ik weet het, dat klinkt gek. Maar juist daarom heb ik zo’n populair kookprogramma.”
  4. Stel je buurman voor die er moe van wordt dat iedereen steeds aan zijn deurbel aanbelt. Hij zegt (met nadruk op iedere): “Iedere keer is het weer gekker: net belden er twee Canadese dansers aan!”
  5. Stel je een bergbeklimmer voor die je probeert te overtuigen met hem mee te gaan: “Ik weet het zeker: als we samen gaan dan kunnen we die berg beklimmen. Alleen lukt het me niet. Ik weet het zeker.”
  6. Denk aan een beginnende overmoedige zanger die tegen zichzelf zegt: “Ik kan het, Ik kan het! Het podium is mijn thuis: het wordt al mijn derde keer.”
  7. Denk aan een vriend die het antwoord niet weet op een eenvoudige vraag. Hij zegt: “Dat is zeer moeilijk”
  8. Stel je een vriend voor die van aandacht houdt en op een feestje tegen iedereen die het maar horen kan zegt: “Ik ben er al. Ja! Ik ben er al, ja!”
  9. Denk aan een vriend die van acteren houdt. Hij is gestopt met acteerlessen volgen en zijn uitleg is als volgt: “Alles was vreemd daar; alle mensen op het toneel waren doof!”
  10. Je vraagt een vriend die recent veel is afgevallen hoe hij dat gedaan heeft. Zijn ietwat vreemde antwoord: “Omdat ik Portugese kebab heb gegeten natuurlijk!”

Het is zeer waarschijnlijk dat je zelf op andere associaties uitkomt, en dat is prima. Als je het maar onthoudt.

Mijn bewering is dat je minimaal 8 van de 10 woorden na een week nog weet. Laat weten in de comments hier beneden of dit ook voor jou geldt.

Reacties

  1. Yola says:

    Hallo,
    Hoe kan je bij elk woord een zinnetje verzinnen ( er zijn er 1000 den .)
    En hoe onthou je die dan weer allemaal ?
    Groetjes yola

    • Tristan Bains says:

      Hoi Yola, het doel is niet om het zinnetje te onthouden, het is een hulpmiddel om het woord te onthouden. Na een aantal herhalingen zul je het woord zo goed kennen dat je niet eens meer beseft welk zinnetje je er oorspronkelijk bij bedacht had.

      Ook hoef je er geen duizenden te onthouden; je hoeft maar zo’n 2000 woorden te kennen om een taal zeer goed te begrijpen.

      En als je al een redelijke woordenschat hebt dan kun je zelfs meerdere woordjes combineren in een zinnetje. Oefening baart kunst, probeer het eens voor minimaal 100 woorden en je zult merken dat je er steeds beter en sneller in wordt.

Praat gezellig mee!

*